Mijn fuchsia’s en ik.

Wat doe ik met een broeikas?

Een rijk bezit. Het bezit van een broeikas is misschien wel de meest gekoesterde wens voor een beginnende fuchsialiefhebber. Zo’n glazen huisje biedt zoveel mogelijkheden, zeker als je er verwarming in plaatst is een broeikas ideaal voor het opkweken van stekken in voor- en najaar. Bovendien kun je al vanaf februari beginnen met zaaien en verspenen van eenjarige. Ook voor het overwinteren van vorstgevoelige (kuip)planten die zo licht mogelijk moeten staan is een verwarmde kas de oplossing.

Kassen. Kassen zijn te koop in allerlei soorten en maten: van simpele broeibakken en muurkassen tot grote exemplaren.

Diverse firma’s hebben zich op de ontwikkeling van broeikassen voor de amateur gestort.

Aanschaffen. Een kas aanschaffen is een behoorlijke investering. Het is daarom een goede zaak om vooraf al uw wensen voor wat betreft de grootte, het model, de dikte van de ramen en dergelijke op papier te zetten. Denk ook na over de eventuele extra accessoires die u bij de kas wilt kopen zoals verwarming, noppenfolie, automatische uitzetramen, kweektafels en dergelijke.

Automatische uitzetramen. Automatische uitzetramenzijn echt aan te raden. Bent u een keer op stap en de zon breekt onverwacht door, dan kan zo’n mechaniek uw planten voor verbranding behoeden.

Winter. Nu we de winter ingaan zullen we moeten denken aan een goede isolatie van de kas.

Dubbelglas. Dubbelglas kan een (dure) optie zijn, maar noppenfolie is een veel goedkopere oplossing. Eén van de problemen van de winter kan het gebrek aan licht zijn, zeker als we de najaarsstekken aan de groei willen houden. Het nadeel van noppenfolie is dat er sprake zal zijn van lichtverlies. Zo kan men een baan van deze folie ter grootte van het glazen dak aan de uiteinden van lange stokken voorzien en ’s nachts over de kas uitrollen. Als we dat overdag weg halen, beperken we het lichtverlies. Zoiets is natuurlijk alleen nodig tijdens een vorstperiode. Op de staande delen van de kas kunnen we rustig permanent aan de binnenkant van de kas folie aanbrengen en dat geldt zeker voor de toegangsdeur.

Vloerisolatie.Net als bij huisisolatie weten we dat de vloer een bron van veel kou kan zijn. Voordat een (tegel)vloer wordt aangebracht is het raadzaam eerst dikke schuimplaten neer te leggen waar tegels zo bovenop gelegd kunnen worden. Is de vloer niet geïsoleerd dan kan het zo maar gebeuren dat het onder in de kas vriest en het boven aangenaam aanvoelt!

Ventilator. Het gebruik van een simpele ventilator heeft zo zijn voordelen: koude en warme lucht mengen zich beter met elkaar. Daardoor voorkomen we de beruchte schimmelziekte botrytis, die in de winter gemakkelijk onze jonge stekken kan aantasten.

Verwarming.De verwarming is een hoofdstuk apart. Hier zijn natuurlijk verschillende mogelijkheden. Als de kas goed geïsoleerd wordt, is verwarming door middel van elektriciteit een van de eenvoudigste oplossingen. We hoeven alleen maar voor een stroompunt in de kas te zorgen. Dit kan met een verlengsnoer, maar veiliger is een vaste aansluiting door middel van een speciaal daarvoor bestemde kabel in de grond.

Elektrische verwarming.Voor elektrische verwarming kunt u gebruik maken van een simpel badkamerkacheltje met thermostaat dat in iedere elektriciteitszaak te koop is. Met die thermostaat is de temperatuur heel goed af te regelen. ’s Nachts een graad of 5 en overdag een graad of 10 om de jonge stekken aan de praat te houden. Gebruikt u de kas alleen om vorstgevoelige planten over te houden, dan is een temperatuur van een paar graden boven nul al voldoende.

Te weinig ruimte.Bijna alle liefhebbers hebben na verloop van tijd te weinig ruimte in hun kas. Om in de winter ruimte te besparen bij het overhouden van de fuchsia’s kunt u bijna hetzelfde doen als bij het inkuilen: snoei de fuchsiastruiken terug tot op de verhoute delen van de plant. Schud ze ten dele uit de kluit, snoei de wortels een beetje terug en stapel de fuchsia’s als tinnen soldaatjes boven op elkaar in de lengterichting onder de tabletten van uw kas. Benevelen met een schimmelwerend middel is ook hier aan te bevelen. Ze liggen daar weliswaar in het donker, maar dat geeft niet, het blad is er immers af.

Ruimteproblemen. De ruimteproblemen komen meestal in het voorjaar wanneer u de oude struiken op gaat potten. Dan wordt het dringen geblazen in de kas, want iedere plant wil graag een plaatsje in het licht en dan ontstaat er pas echt een gebrek aan ruimte. 

Heeft uin de tuin een zitkuil of iets dergelijks, dan is het mogelijk om met elektriciteitsbuizen van kunststof enkele bogen boven de kuil te spannen en het geheel af te dekken met doorzichtig plastic. We hebben dan een noodkas gebouwd vanwege ons ruimtegebrek. De nachtvorsten in het vroege voorjaar doen nauwelijks kwaad; de bodemwarmte van de kuil is meestal wel voldoende om de temperatuur boven nul te houden. Bij zware nachtvorst kunt u altijd nog wat oude lakens over het plastic heen leggen.

Mijn fuchsia’s en ik.

Tips over het verzorgen van fuchsia’s

Daar sta je dan met een doos vol fuchsiastekken, een mooie fuchsia op stam of een weelderig hangende fuchsia. Gekocht op een schitterende fuchsiashow bij u in de omgeving of op de kop getikt tijdens het bezoek aan een mooie privé fuchsiatuin.

Bij de aankoop bent u door een aardige mevrouw of een enthousiaste meneer overladen met deskundige adviezen over de verzorging van de planten. Zoveel informatie ineens is voor een beginnende fuchsialiefhebber bijna niet te behappen, met als gevolg, dat u na thuiskomst de meeste goedbedoelde informatie kwijt bent. In het ergste geval loopt het niet goed af met de aangeschafte fuchsia’s en is de eindbestemming de groene container. Dat kan nooit de bedoeling zijn geweest.

Om die reden hebben wij een aantal goede tips voor de beginnende fuchsialiefhebber op een rijtje gezet. Deze tips kunt u als leidraad gebruiken om uw fuchsiahobby tot een succes te maken.

Zet de aangeschafte stekken over in een grotere pot, gevuld met goede ‘potgrond’.

Geef de stekken eenmaal per week ‘mest’. Bij de meeste regio’s kunt u in de verenigingswinkel wel terecht voor meststoffen die heel gemakkelijk in water oplossen. Bij de meeste mest gaat men uit van een volle theelepel op één liter water. Van dat mengsel geeft u dus uw fuchsia(‘s) eenmaal per week een flinke scheut.

Geef alleen water als de potkluit er droog uitziet. Bij hete dagen kan een fuchsia slap hangen omdat hij het verliezend vocht niet zo snel met zijn wortels kan aanvullen, ondanks dat de potgrond nog vochtig is. Geef dan beslist geen water, want u loopt de kans dat de haarwortels bezwijken door een kletsnatte wortelkluit.

Verwijder regelmatig de uitgebloeide bloemen. De bolletjes die achterblijven als de bloem is afgevallen is dus geen nieuwe knop, maar een zaaddoosje. De fuchsia steekt van nature veel energie in het produceren van zaad. Als u regelmatig de zaaddoosjes verwijdert gaat de plant steeds nieuwe bloemknoppen aanleggen! U wordt beloond met een veel rijkere bloei als u zich ook houdt aan het boven genoemd bemestingsadvies.

Helaas hebben onze fuchsia’s nog wel eens last van allerhande ziekten en plagen. Het handigst is om in een tuincentrum het bekende kleine boekje van Bayer op te halen: ‘Gids voor ziekten en plagen in huis en tuin’. Daar wordt u beslist wijzer van.

Misschien is wel de belangrijkste tip aan een beginnend fuchsialiefhebber: zoek een ervaren‘rot in het vak’ op om u op weg te helpen. Dat is nu precies het mooie van onze vereniging. Je kunt bij je eigen leden te rade gaan. Iedere hobbyist vindt het leuk om over zijn liefhebberij te vertellen en u leert tegelijkertijd de fijne kneepjes van de fuchsiahobby.

Op deze manier maakt u al direct een goede start als fuchsialiefhebber.

Verzorging

  • De meeste fuchsia’s geven de voorkeur aan een plaats buiten de volle zon.
  • Geef regelmatig water, maar zeker niet teveel.
  • Fuchsia’s vragen veel voeding om goed te blijven groeien en bloeien. Plant jonge stekken over in een grotere pot met goede potgrond; de plant heeft dan voldoende voeding voor circa een maand. Bijmesten is daarna noodzakelijk; er zijn veel meststoffen in de handel; het goed opvolgen van de gebruiksaanwijzing is van belang.
  • Verwijder uitgebloeide bloemen en de zaadbessen, die aan de plant blijven hangen. De plant zal langer en rijker bloeien.
  • Fuchsia’s dienen regelmatig op ziekten en plagen gecontroleerd te worden, vooral als er veel op een beperkte ruimte worden gehouden. Schimmelziekten en zuigende insecten (bladluis, cicade en wants) kunnen soms lastig zijn.

 

Potgrond

 

Zoals al eerder is gezegd groeien de meeste fuchsia’s van nature in humeuze bosgrond als bovenlaag met een zanderige ondergrond. De grond is dan wel vochtig maar laat overtollig water ook heel goed weglopen en is dus zeker niet nat.

Er zijn ook soorten die in een woestijnachtig gebied thuishoren of op een rotsachtige bodem.

Om de planten zo goed mogelijk te laten groeien en bloeien moeten ze zich thuisvoelen. Daarvoor is het belangrijk te weten uit wat voor leefmilieu de betreffende soort komt, zodat je er met de potgrond en met het water geven rekening mee kunt houden wat de plant in zijn eisenpakket heeft.

Voor de meeste soorten is het het mooiste om ze in Anthuriumgrond te zetten. Grof humeus, dus luchtig en toch vochthoudend. Jammer dat het door die kleinverpakking zo prijzig wordt. Want je hebt een hoop kleine zakjes nodig voor een paar honderd potten.

De meeste potgronden vind ik te weinig luchtig en te nat. De potgrond van Theo Jeukens is heel goed. Het is een Lentse potgrond op recept van Theo. Zonder klei en met wat bark, harde boomschorsschilfers. Het is alleen zo’n end rijden voor wat grond. Dus ik ben verder gaan experimenteren. Ik heb potgrond gemixed met hydrokorrels, gravel, enz. Een heel goed resultaat had ik tot nu toe met potgrond speciaal, gemixed met extra turf en franse boomschors die al een jaar op mijn tuinpaadjes had gelegen; daar zat alleen een hoop onkruidzaad in, zodat er niet alleen fuchsia’s in de potten stonden.

Daarna heb ik het geprobeerd met een mix van cocopeat en turf en voor diverse soorten extra boomschors erdoor. Dat is wel heel arm. Dus ik heb er wat droge koemestpoeder doorgemengd en osmocotekorrels voor een half jaar voeding afgifte. De planten deden het er geweldig goed op. Maar ik heb gemerkt dat het in de winter te veel uitdroogt. Het moet dus iets vochthoudender worden.

Overigens heb ik ook veel soorten in de volle grond, met extra copmpost gemengd, gezet. Dat ging ook voortreffelijk. Het is bij ons gelukkig wel zandgrond, dus goed waterdoorlatend. Maar wel een hoop werk om ze voor de winter weer uit te graven met genoeg wortelkluit.(2008)

Afgelopen jaar (2009) heb ik de ‘lastige’soorten in Anthuriumgrond met wat extra boomschors gemengd, gezet. Ze deden het er heel goed op. Overigens stonden deze nu ook in stenen potten of in van die cocopeat hanginginbsketvormen. Dat gaf natuurlijk een extra luchtigheid om de wortels. De planten die hierin stonden hadden veel meer grondstengels en ook een veel rijkere bladgroei.

Ik houd u op de hoogte als ik weer wat heb uitgeprobeerd.

Bron: Frans van Mameren